geïrriteerd geïrriteerd Adjective
- English
- annoyed
- Deutsch
- genervt
Example
- Ik was [geïrriteerd] (licht ontevreden / geërgerd / misnoegd) over mijn broer omdat hij te laat was.
- She was annoyed with her brother for being late.
- Dit is de meest neutrale en directe vertaling.