uitrusten uitrusten Verb
- English
- equip
- Deutsch
- ausstatten
Example
- Het nieuwe kantoor **rust** het team volledig **uit** met ergonomische stoelen. (uitrusten / voorzien van / bekleden met) — Dit is de moderne standaard voor kantooruitrusting.
- The gym is equipped with state-of-the-art machines.
- Sterke focus op fysieke middelen.