charme Charme Noun
- English
- charm
- Ελληνικά
- Γοητεία
Example
- Hij was een man van grote [charme] ([bekoring] / [uitstraling] / [gunfactor]), die iedereen direct inpalmt.
- He was a man of great charm.
- In het Nederlands is 'grote charme' een sterke, positieve combinatie.