echtgenoot echtgenoot Noun
- English
- husband
- Ελληνικά
- σύζυγος
Example
- Ze stelde mij haar echtgenoot (man / levenspartner) voor op het feest.
- She introduced me to her husband at the party.
- 'Echtgenoot' is hier correct maar formeel; 'man' is gebruikelijker.