groeien groeien Werkwoord

English
grow
Ελληνικά
Αναπτύσσομαι

Example

  • De techsector **groeit** (**uitbreiden** / **vergroten** / **opbouwen**) in een fenomenaal tempo.
  • The sector is growing at a phenomenal rate.
  • In zakelijke contexten is 'groeien' zeer gangbaar.