iedereen [ˈiːdərˌeːn] Pronoun

English
everyone
Ελληνικά
όλοι

Example

  • Iedereen *juichte* (klapte / applaudisseerde / vierde) toen het team won.
  • Everyone cheered when the team won.
  • Zeer gangbare, positieve uitdrukking van collectieve vreugde.