ongelooflijk ongelooflijk Adjective

English
incredible
Ελληνικά
απίστευτος

Example

  • Het verhaal dat hij vertelde was ronduit **ongelooflijk** (fenomenaal / verbluffend / magnifiek).
  • The story he told was absolutely incredible.
  • Hier wordt de intensiteit van de verbazing benadrukt.