tijdig tijdig Adjective
- English
- timely
- Ελληνικά
- Έγκαιρος
Example
- De **tijdige** [tijdig / op tijd / opportune] komst van de brandweer voorkwam een ramp.
- A nasty incident was prevented by the timely arrival of the police.
- Hier is het bijvoeglijk naamwoord, dus met -e.