toeschouwer toeschouwer Noun

English
spectator
Ελληνικά
θεατής

Example

  • De [toeschouwer] (waarnemer / kijker / aanschouwer) genoot van de prachtige zonsondergang.
  • The new football stadium will hold 75,000 spectators.
  • Hier is 'toeschouwer' warm en neutraal, passend bij een natuurfenomeen.