aanstaande Aanstaande Bijvoeglijk naamwoord

English
imminent
English
imminent

Example

  • De **aanstaande** ([dreigend] / [nabij] / [onvermijdelijk]) dreiging van een faillissement dwong het bestuur tot drastische maatregelen.
  • The imminent threat of invasion forced the city to evacuate.
  • Hier benadrukt 'aanstaande' de nabijheid, maar 'dreigend' de negatieve lading die 'imminent' vaak impliceert.