alomtegenwoordig Alomtegenwoordig Bijvoeglijk naamwoord

English
ubiquitous
English
ubiquitous

Example

  • De **alomtegenwoordigheid** van plastic afval in onze oceanen is een schande.
  • Plastic waste has become ubiquitous in our oceans.
  • Hier wordt de zelfstandige vorm gebruikt om de zwaarte te benadrukken.