burgerlijk [sɪˈviːljən] Adjective

English
civilian
English
civilian

Example

  • Na zijn diensttijd keerde hij terug naar het [burgerlijk] leven. (burgerlijk / gewone man / niet-militair)
  • He returned to civilian life after his service.
  • Hier is 'burgerlijk' de meest directe, neutrale vertaling.