ontvoeren [ˈkɪdnæp] Werkwoord
- English
- kidnap
- English
- kidnap
Example
- De terroristen **ontvoerden** (wegrukken / gijzelen / ontfutselen) twee buitenlandse journalisten.
- The rebels kidnapped two foreign journalists.
- Hier is 'ontvoeren' de meest neutrale en correcte keuze.