pensioen pensioen Noun
- English
- pension
- English
- pension
Example
- Mijn buurman, die geniet van zijn **pensioen** ([uitkering] / [oude dag] / [ruststand]), heeft eindelijk tijd voor zijn hobby's.
- He relies entirely on his state pension.
- Hier wordt de persoonlijke, genietende kant van het pensioen benadrukt.