bekwaam [bəˈkʋaːm] Adjective
- English
- competent
- Español
- capaz
Example
- Zij is een zeer [bekwaam] projectmanager. (Zij is een zeer [vaardige] / [bekwame] / [capabele] projectmanager.)
- She is a highly competent project manager.
- Dit is de standaard, verzorgde zakelijke term.