betekenisvol betekenisvol Adjective
- English
- meaningful
- Español
- significativo
Example
- We hadden een [betekenisvol] gesprek over onze doelen. (zingevend / waardevol / diepgaand) — Het was een gesprek dat ons beiden raakte.
- We had a meaningful conversation about our goals.
- Benadrukt de emotionele diepte van de uitwisseling.