trotseren [trɔˈtsirə(n)] Verb

English
defy
Español
desafiar

Example

  • Het bedrijf koos ervoor **te trotseren** (uitdagen / zich verzetten tegen / niet buigen voor) het gerechtelijk bevel.
  • The company chose to defy the court order.
  • Dit benadrukt de bewuste, juridische confrontatie.