priester priester Noun
- English
- priest
- فارسی
- کشیش
Example
- De priester [geestelijke / pastoor / geestelijke leider] zegende de nieuwe gemeenschapscentrum in. (De pastoor is hier vaak natuurlijker.)
- The parish priest blessed the new community center.
- In Nederland is 'pastoor' vaak de gangbare term voor de lokale katholieke leider.