vliegen [vliːxən] Werkwoord
- English
- fly
- فارسی
- پرواز کردن
Example
- De zwaluwen [vliegen] (vliegen/zweven/opstijgen) naar het zuiden zodra het kouder wordt.
- The birds fly south every autumn.
- Dit is de meest natuurlijke, algemene beschrijving van migratie.