gekleed gekleed Adjective

English
dressed
Français
habillé(e)

Example

  • Kom op, je moet je nog **gekleed** zien te krijgen. (in **nette kleding** / **verzorgd** / **in het pak**)
  • Hurry up and get dressed.
  • Hier impliceert 'gekleed' dat de persoon klaar moet zijn voor vertrek.