georganiseerd georganiseerd Adjective
- English
- organized
- Français
- structuré(e)
Example
- De nieuwe Agile werkwijze is veel **georganiseerd** ([gestructureerd] / [overzichtelijk] / [netjes]) dan de oude methode.
- An organized body of workers protested the new policy.
- Hier wordt de staat van de werkwijze beschreven.