heer Heer Noun
- English
- gentleman
- Français
- un homme de qualité
Example
- De **nette kerel** ([beleefde man] / [hoffelijke vent] / [goede gast]) die de deur voor haar openhield, was een toonbeeld van hoffelijkheid.
- You acted like a true gentleman.
- Hier is 'nette kerel' veel natuurlijker dan 'Heer'.