het paspoort het paspoort Noun

English
passport
Français
passeport

Example

  • Laat alstublieft uw **paspoort** ([reisdocument] / [identiteitsbewijs] / [reispapieren]) zien bij de balie.
  • Please present your passport at the check-in desk.
  • Zeer standaard en beleefde formulering op de luchthaven.