opbouwen Opbouwen Werkwoord
- English
- construct
- Français
- édifier
Example
- De brug **bouwen** (opbouwen / structureren / ontwerpen) **bouwden** ze in 1993 op.
- The bridge was constructed in 1993.
- Hoewel 'construeren' technisch kan, is 'opbouwen' veel gebruikelijker voor infrastructuur.