weggaan / achterlaten [vɛx.ɣaːn] / [ɑx.tər.laː.tən] Verb

English
leave
Français
partir / laisser

Example

  • Kom op, het is tijd dat we [weggaan] (vertrekken / weggaan / er vandoor gaan) — het is al laat.
  • Come on, it's time we left.
  • Weggaan is de meest neutrale en gebruikelijke vorm voor 'to leave a place'.