wenselijk wenselijk Adjective

English
desirable
Français
souhaitable

Example

  • Ze besprak een paar minuten de kwaliteiten die zij **wenselijk** (aantrekkelijk / begeerlijk / hoogwaardig) achtte in een secretaresse.
  • She chatted for a few minutes about the qualities she considered desirable in a secretary.
  • Hier klinkt 'wenselijk' neutraal en professioneel.