zich schamen zich schamen Adjective

English
ashamed
Français
avoir honte

Example

  • Ze **schaamde zich diep** voor [zich schamen / zich generen / zich schamen dood] dat ze te laat was voor de sollicitatie.
  • She was deeply ashamed of her behavior at the party.
  • Hier is 'zich schamen' het meest natuurlijk en actief.