grootouder Grootouder Noun

English
grandparent
Italiano
nonno/a

Example

  • De kinderen gaan dit weekend bij hun [Grootouder/Opa en Oma/Oude wijze] logeren.
  • The children are staying with their grandparents.
  • Hoewel 'Grootouder' correct is, is de combinatie 'Opa en Oma' veel gebruikelijker.