aanvullen [ɑnˈvʏlən] Werkwoord
- English
- complement
- 日本語
- 補う
Example
- De uitstekende menukaart wordt **voltooid** (aanvullen / bijdragen aan / perfect passen bij) door een goede wijnkaart.
- The excellent menu is complemented by a good wine list.
- Hier ligt de nadruk op de perfecte match tussen wijn en eten.