bekwaam [bəˈkʋaːm] Adjective

English
competent
日本語
有能な

Example

  • Zij is een zeer [bekwaam] projectmanager. (Zij is een zeer [vaardige] / [bekwame] / [capabele] projectmanager.)
  • She is a highly competent project manager.
  • Dit is de standaard, verzorgde zakelijke term.