buiten buiten Adverb
- English
- outdoors
- 日本語
- 外 (Soto) / アウトドア (Autodoa)
Example
- De kinderen spelen **buiten** ([in de frisse lucht] / [in het groen] / [in de open lucht]).
- The children are playing outdoors.
- Dit is de meest neutrale en gangbare manier om het te zeggen.