confronteren [kɔnˈfrɔntiːrə(n)] Verb
- English
- confront
- 日本語
- 向き合う
Example
- Wat is er te doen aan de economische problemen die ons land **aangaan** (confronteren / aanspreken op / onder ogen zien) ?
- What is to be done about the economic problems confronting the country?
- Hier klinkt 'aangaan' warmer en minder vijandig dan het Engelse 'confront'.