gevaarlijk [xəˈvaːrləx] Adjective

English
dangerous
日本語
危ない(あぶない)

Example

  • De ijzige wegen *maakten* (veroorzaakten / zorgden voor / brachten) het rijden extreem gevaarlijk.
  • The icy roads made driving extremely dangerous.
  • De constructie 'iets maken tot iets' is hier heel natuurlijk.