het huwelijk het huwelijk Zelfstandig Naamwoord
- English
- marriage
- 日本語
- 結婚
Example
- Zij vieren hun twintigjarig **huwelijk** (het verbond / de echt / de verbintenis) met een groot feest.
- They have been in a happy marriage for twenty years.
- De focus ligt op de duur van de staat, niet het feest.