serveren / bedienen Serveren Verb
- English
- serve
- 日本語
- 提供する
Example
- Het ontbijt wordt **geserveerd** tussen zeven en tien uur. (Het ontbijt wordt aangeboden tussen zeven en tien uur.)
- Breakfast is served between 7 and 10 a.m.
- Dit is de meest neutrale en gebruikelijke manier voor maaltijden.