duidelijk duidelijk Adjectief

English
pronounced
日本語
顕著な

Example

  • Het bedrijf zag een **uitgesproken** (duidelijk / merkbaar / evident) daling in de verkoop dit kwartaal.
  • The company saw a pronounced decline in sales this quarter.
  • Hier benadrukt 'uitgesproken' de ernst van de daling.