zakdoekje zakdoekje Noun
- English
- tissue
- 日本語
- ティッシュ
Example
- Zij **reikte** hem een **zakdoekje** (velletje / papiertje / snotlap) aan toen hij begon te niezen.
- She handed him a tissue when he started to sneeze.
- Zakdoekje is hier de meest warme en gepaste keuze.