begeleiden begeleiden Werkwoord
- English
- accompany
- 한국어
- 동행하다
Example
- Zijn vrouw **begeleidde** hem (meegaan / bijstaan / vergezellen) op de zakenreis.
- His wife accompanied him on the business trip.
- Impliceert dat ze er bewust bij was, misschien ter ondersteuning.