omroeper omroeper Noun
- English
- broadcaster
- 한국어
- 방송인
Example
- De [omroeper] presenteerde de uitslagen met een kalme stem. (De stem van de natie zijn / op de golflengte zitten / het nieuws de ether in slingeren)
- She is a writer and broadcaster on environmental matters.
- 'Omroeper' is de meest directe, persoonlijke vertaling.