verlaten / weggaan / uitgang Verlaten Werkwoord
- English
- exit
- 한국어
- 출구
Example
- We moeten nu **verlaten** (verlaten / weggaan / uitstappen) — de trein vertrekt over vijf minuten.
- The bullet exited through his shoulder.
- Gebruik van het sterke werkwoord 'verlaten' voor een duidelijke actie.