naar voren / verder Naar voren Bijwoord
- English
- forth
- 한국어
- 앞으로 (forward/outward)
Example
- Ze vertrokken [naar voren] bij zonsopgang. (Ze trokken [voortwaarts] bij zonsopgang.)
- They set forth at dawn.
- Hier is 'voortwaarts' een sterke, zij het formele, optie.