goederen goederen Noun
- English
- goods
- 한국어
- 굿즈
Example
- De winkel verkoopt een scala aan huishoudelijke **goederen** (spullen / artikelen / koopwaar) van: De winkel verkoopt een scala aan huishoudelijke **goederen**.
- The shop sells a variety of household goods.
- Dit is de meest neutrale, algemene term.