hoofd Hoofd Adjective

English
chief
한국어
대표

Example

  • De **Hoofd**-oorzaak van de vertraging was de storm. (De belangrijkste oorzaak van de vertraging was de storm.)
  • The chief cause of the delay was the storm.
  • In het Nederlands is 'Hoofd' hier een vast onderdeel van een samengesteld woord.