instrueren Instrueren Verb
- English
- instruct
- 한국어
- 지시하다
Example
- De piloot **instrueerde** de bemanning (**aanwijzen** / **begeleiden** / **onderrichten**) om zich voor te bereiden op de landing.
- The captain instructed the crew to prepare for landing.
- Hier is de autoriteit van de piloot duidelijk, maar de toon is professioneel.