kortetermijn kortetermijn Adjective
- English
- short-term
- 한국어
- 단기적
Example
- We hebben een **kortetermijn**lening [onmiddellijk / voor de korte adem / tijdelijk] nodig om de kasstroom te dekken.
- We need a short-term loan to cover expenses.
- De samenstelling is hier de meest professionele keuze.