onverwacht onverwacht Adjectief
- English
- unexpected
- 한국어
- 뜻밖의
Example
- Het team behaalde een [onverwacht] (verrassend / niet voorzien / onvoorzien) overwinning.
- The team achieved an unexpected victory.
- Hier is de positieve lading duidelijk door de context 'overwinning'.