rijden/gedrevenheid rijden/gedrevenheid Verb

English
drive
한국어
추진하다 (추동하다 / 몰아붙이다 / 운전하다)

Example

  • Ik **leerde rijden** (leerde rijden / begon te rijden / leerde besturen) toen ik zestien was.
  • I learned to drive when I was sixteen.
  • De leeftijd van zestien is de gebruikelijke leeftijd om te beginnen met rijlessen.