steken steken Verb
- English
- stab
- 한국어
- 찌르다
Example
- De verdachte **stak** de portier neer met een mes. ([neersteken] / [doorboren] / [prikken] — of: The suspect stabbed the doorman with a knife.)
- The victim was stabbed during the robbery.
- Hier wordt vaak 'neersteken' gebruikt om de dodelijke intentie te benadrukken.