taai taai Adjective
- English
- tough
- 한국어
- 힘든 / 강인한
Example
- Het was een **taai** (veerkrachtig / onverzettelijk / robuust) begin van de carrière, maar nu staat ze er.
- It was a tough childhood, but it made her incredibly resilient.
- Hier ligt de nadruk op de mentale weerbaarheid over tijd.