voorafgaand Voorafgaand Bijvoeglijk Naamwoord

English
prior
한국어
이전의

Example

  • Zij had **geen voorafgaande** kennis van het verrassingsfeestje. (Zij had **eerder** of **vooraf** geen kennis...)
  • She had no prior knowledge of the surprise party.
  • Hier is 'voorafgaande' de meest verzorgde optie.